Meten is weten

Als je met creatief denken en creativiteit in de klas aan de slag gaat dan kom je eerder vroeger dan later met vragen als: “Wanneer is iets dat een leerling heeft verzonnen creatief?” of “Wanneer kan ik een leerling creatief noemen? En hoe creatief is die leerling dan wel niet? Hoe zit het eigenlijk met mezelf?

Dat zijn heel lastige vragen. Aan de ene kant weet je het intuïtief, maar aan de andere kant kun je je vinger er niet opleggen. Er is veel onderzoek naar gedaan. Bijvoorbeeld door de Amerikaanse psychologe Teresa Amabile. Je zult haar naam in mijn blogposts regelmatig tegenkomen en ik raad je aan om, als je je echt wilt verdiepen in creativiteit en leren, haar boeken te lezen.

In Creativity in Context (Westview, 1996) zeg Amabile min of meer dit: Je kunt creativiteit op twee verschillende manieren benaderen en beoordelen.

De eerste kijkt naar het creatieve proces en de uitkomst daar van. Aan de uitkomst wordt vaak deze norm gesteld: Het moet nieuw én functioneel zijn (dat laatste leidt vaak tot discussie, maar ik ben het er hartgrondig mee eens). Kijkend naar het proces spreken we van creativiteit als het zoekend en explorerend is (‘heuristisch’) i.t.t. een proces met een vast recept (‘algoritmisch’).

De tweede benadering gaat meer af op wat mensen ‘er van vinden’. We kennen het allemaal wel, dat gevoel dat we krijgen als we een mooi nieuw product zien, of die grappige tekening; “Wow, da’s creatief zeg!” Een goede indicatie dat iets ook daadwerkelijk creatief is. Maar we zijn streng en we noemen iets pas creatief als een referentiegroep met kennis van zaken over het onderhavige onderwerp/domein gezamenlijk zegt “Ja, dat is creatief”. In het land der blinden is één-oog immers koning. Iets om over na te denken.

Kijkend naar de ontwikkeling van creatief denken bij kinderen (of volwassenen) vind ik de volgende benadering praktisch bruikbaar. Leg kinderen een vraagstuk voor: Wat kun je allemaal met een haarborstel doen? o.i.d.

Vervolgens ‘meet’ je de volgende aspecten van de geleverde output:

  • Hoeveel antwoorden geeft het kind binnen een bepaalde tijd?
  • Zit er veel diversiteit in de antwoorden, hoeveel verschillende toepassingsgebieden?
  • Zijn de geleverde antwoorden origineel? Kende het kind ze niet al?

Met de uitkomsten hiervan kun je binnen de klas een aardig beeld krijgen van het relatieve creatief denkvermogen tussen de leerlingen onderling. Herhaal de test na een aantal lessen waarin je aandacht aan creatief denken hebt gegeven en je krijgt een indruk van de ontwikkeling van de creatieve denkkracht van het individuele kind.

Een groep leerkrachten in opleiding aan de hogeschool InHolland hebben met deze aanpak interessante onderzoeksresultaten behaald. De uitkomsten geven aan dat gericht aandacht geven aan creatief denken, duidelijke verbetering van de creatieve output oplevert.

Nabericht

Ik heb deze week van een aantal lezers erg leuke vragen en suggesties gekregen voor volgende blogposts. Zij kunnen erop vertrouwen dat hun suggesties worden meegenomen. Nogmaals dank voor de input en feedback.

David

Advertenties

Over davidvdkooij

Passie voor Creatief Denken en Onderwijs.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Meten is weten

  1. Pingback: Meten is weten | Mariëlle Montizaan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s