Questions!? I need answers! #1

Ik ben gek op films met titels die als toevoeging hebben ‘part …’, ‘the sequel’, ‘-redux’. Ze beloven namelijk meer. Toegegeven, soms meer van hetzelfde – of erger, minder – maar het is in iedere geval een belofte. Vandaag beloof ik meer en ga mijn best doen om mijn beloftes te houden. Jullie hebben nogal wat tegoed in middels…

Afgelopen woensdag kwamen er 180 leerkrachten, schooldirecteuren en betrokkenen bij het onderwijs samen in Deurne, voor de jaarlijkse conferentie van Onderwijs Maak Je Samen; ‘Talenten en het Brein’. Een bruisende en inspirerende bijeenkomst kan ik je verzekeren.

Veel ontmoetingen, bekende en nieuwe gezichten; echt feest. Na een wervelende show van Martijn Smoors en Yorick Saeijs (’20 inzichten in 30 minuten’, ik ben de tel kwijt geraakt) kwamen de workshops aan bod. Ik mocht in twee sessies bijna 50 leerkrachten vergasten op creatief denken onder het motto ‘talent + creativiteit = werkelijk leren’. In een volgende blogpost zal ik u de kern van het verhaal, ‘de divergentie matrix’ en hoe die te gebruiken bij lesontwerp, uit de doeken doen.

Vandaag geen wijze boodschappen of inzichten van mij, maar een reeks vragen. Vragen die gesteld werden door deelnemers aan ‘mijn’ workshop, en waarvan ik beloofd heb die te beantwoorden via deze weblog. Ik begin ermee om deze vragen met jullie te delen. Herkenning? Verbazing? Oh, maar dat weet ik wel hoor…?
Food for thought… (wordt vervolgd)

Een heel fijn weekeinde,

David

Naar de vragen!

  1. Creatief denken: belangrijk voor het hele team. Hoe?
  2. Hoe kan ik creatiever denken met de kinderen binnen de rekenmethode? (out of the box!)
  3. Heb je creatieve lesvormen voor groep 1-2? Vaak zijn lessen al tot in detail uitgewerkt, maar dat staat niet altijd aan. Ik denk aan samenwerkingsvormen met kleuters.
  4. Moeten alle kinderen creatief leren denken en kunnen alle kinderen dit ook?
  5. Niet ieder kind kan creatief denken. Hoe stimuleer je dit bij alle kinderen?
  6. Welke vormen van ‘out of the box’-denken kan ik met mijn team, maar ook met de kids doen!? Hoe wakker ik dit bij anderen aan?!
  7. Hoe kan creatief denken helpen in denkprocessen van leerkrachten over hun dagelijkse onderwijspraktijk?
  8. Hoe kan ik de vragen op de poster het beste vertalen in kindertaal? Onderbouw gr 3/4, middenbouw gr 4/6.
  9. Leer onderwijzers creatief bezuinigen i.p.v. alleen maar in de steigers te klimmen en weerstand te geven.
  10. Kan iedereen dit leren? Ook als je niet zo makkelijk kan verbinden?
  11. Wat doe je als leerlingen vastlopen bij creatief denken? (het lukt niet en dan?)
  12. Hoe maak je ongedwongenheid zichtbaar? Met rust?
  13. … nu de leerkracht creatief denkt, hoe leert ie dat de kinderen?
  14. Hoe kunnen we grote mensen meer open laten staan voor de creativiteit van kleine mensen?
  15. Hoe kun je creatief denken stimuleren in teamvergaderingen?
  16. Hoe onderhoud ik me met een kind (of meer) dat “ut” niet snapt of “ut” niet kan (kent)?
  17. Hoe kun je met het creatief denken het talent ontdekken?
  18. David, Hoe kan ik in een teamvergadering een creatief denken onderdeeltje invoegen (+/- 10 min.) om de energie erin te houden?
  19. Ja, maar denken doorbreken in het onderwijs.
  20. Kun je creatief denken structureren? B.v. binnen een groepsopdracht, met ieder een persoonlijk doel.
  21. Hoe kan ik het … <onleesbaar> in de groep stimuleren?
Advertenties

Over davidvdkooij

Passie voor Creatief Denken en Onderwijs.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Questions!? I need answers! #1

  1. Anouk Wissink zegt:

    Food for thought…
    Afgelopen woensdag kreeg ik een doosje van David. Ingepakt in vrolijk cadeaupapier!
    In de auto terug naar huis heb ik het doosje meerdere keren in de hand genomen en bewogen, gedraaid, geschud en geluisterd hoe het ‘ding’ van binnen neerviel, rolde, schoof…….Het klonk niet echt ‘hard’, ook niet echt ‘zacht’. De leerkracht in mij dacht meteen aan een prikkelende binnenkomer van een les. Wat zou er in dit doosje kunnen zitten? Jonge kinderen ervaren, ontdekken, leren voornamelijk zintuigelijk. (multisensorisch) Thuis heb ik het doosje opengemaakt en zag een oranje soort van ‘kikker’ en de divergentiematrix. Wat een goed idee!….dit om te zetten in een activiteit voor de onderbouw – gr. 1 t/m 4.
    Schot voor de boeg…….
    – Een kind kiest een voorwerp en stopt dit in het doosje…..(mogen anderen niet zien)
    – Het doosje wordt doorgegeven in de groep, de kinderen proberen te voorspellen wat er in het doosje zit….waarvan is het gemaakt?…..welke vorm? …..Hoe kunnen ze dat horen…?
    – Een kind wordt geblindoekt – mag het voorwerp uit het doosje halen en voelen, raden wat het is…Tadaaaa! Dan kijken…..
    – Het voorwerp wordt in het midden van de matrix gelegd. (A3 lamineren, aanpassen in taalgebruik, picto’s……..)
    – Vier vragen 1. Waar denk je aan als je dit voorwerp ziet? (Associëren) 2. Bekijk het voorwerp van alle kanten. (Waarnemen) Kinderen kijken allemaal door een ‘kadertje’ (zoals bij een fototoestel) en bekijken het voorwerp van alle kanten. (lopen erom heen)Wat kan het nog meer voorstellen? 3. Zie je dingen in de groep die erop lijken? Weet je nog andere dingen die erop lijken? (Overeenkomsten; kleur, grootte, vorm…) 4. Wat zou je kunnen veranderen aan dit voorwerp?….(toevoegen, weglaten) Waar kan dit in veranderen? Bedenk een eigen naam. (Verbeelden)
    Teken jouw nieuwe voorwerp/ ding…………enz. Laat dit een regelmatig terugkomende activiteit zijn. Dit kan natuurlijk ook in kleine groepjes of in tweetallen.

    Wellicht is deze opzet (van een les) van de divergentiematrix al besproken in de workshop van David. Deze heb ik namelijk niet bijgewoond! Ben blij met het ‘doosje’ om creatief denken te stimuleren bij jonge kinderen. Voor mij in ieder geval ‘Food for Thought’ & direct toe te passen in mijn groep!
    Dank daarvoor David!

    Groet,
    Anouk

  2. Rianne zegt:

    Vanmiddag heb ik een les ‘uitdozig denken’ gegeven aan de leerlingen van groep 2. De les die Anouk hierboven beschrijft, heb ik gebruikt als inspiratiebron.

    INTRODUCTIE
    Voor deze les had ik had een mooie doos meegenomen en alleen ìk was op de hoogte van inhoud. Ik liet de doos in de kring rond gaan. De kinderen mochten, zonder de doos te openen, de inhoud verkennen met de bedoeling, dat ze hierdoor een idee kregen van de mogelijke afmeting, de vorm, het gewicht etc. Na afloop mochten ze met hun handen aangeven hoe groot ze dachten dat het voorwerp was. Ze mochten ook vertellen welke vorm en kleur ze dachten dat het voorwerp had. Daarna mochten ze raden wat het was, maar er werd niet verklapt of het antwoord goed/ fout was. De volgende voorwerpen werden genoemd: stuiterbal, plank, telefoon, boek, blok, fluit, bakje, steen, huis van karton.
    Na deze verkennende ronde mocht één van de leerlingen in de doos kijken. De overige leerlingen mochten vervolgens uitsluitend gesloten vragen stellen en op die manier de inhoud van de doos achterhalen. Er werden vragen gesteld m.b.t. vorm, soort, materiaal en andere eigenschappen. Een leerzaam proces, want …door ‘slimme’ vragen te bedenken, kun je het aantal vragen reduceren en als je luistert naar alle gegeven antwoorden, kun je daaruit conclusies trekken. Na 21 zinvolle vragen werd het voorwerp geraden. Een banaan!

    ASSOCIËREN
    Tja… waar denk je aan als je een banaan ziet? In eerste instantie begrepen de kinderen niet goed in welke richting ze moesten denken. De vraag prikkelde namelijk onmiddellijk hun fantasie. Nadat ik ze met een voorbeeld op het juiste spoor had gezet, kwamen ze met de volgende associaties; opeten, honger, open maken, lekker door de sla, meenemen naar school of op vakantie, in een tas of een bananenbakje, door midden snijden, groeien, plukken, winkel, boom, bezorgen, fruitmand voor zieke mensen (suikerziekte) of voeren aan olifanten, apen paarden en mensen (baby)

    ANALOGIEËN ZIEN
    Waarnemen en verbeelden vond ik erg dicht bij elkaar liggen en moeilijk om het verschil aan deze leeftijdsgroep uit te leggen, zeker in een eerste les. Daarom heb ik deze twee items geclusterd en als laatste aan de orde gesteld. Daarvoor heb ik de kinderen gevraagd om de klas eens rond te kijken en op zoek te gaan naar voorwerpen, die op een banaan lijken. Als eerste werd de maan genoemd, maar ook de haak van de kraanwagen van Pluk, de (gele) bak van de duplo, de plastic banaan uit de huishoek en de letter C en de S van de letterboom werden gevonden. Opvallend was, dat ze voornamelijk naar overeenkomsten in vorm zochten. Goed om in een volgende les iets meer aandacht aan te besteden!

    WAARNEMEN/ VERBEELDEN
    Tot slot mochten ze een andere toepassing voor de banaan bedenken en deze uitbeelden. De overige kinderen moesten vervolgens raden wat het was. De banaan werd gebruikt als kam, microfoon, telefoon, ketting, armband of horloge, zaag, gips, verrekijker, pen, haarband, maar ook als kin, oor, baard, kuif, lange neus.

    Deze les was een groot succes, voor we het in de gaten hadden, was er een uur voorbij! De divergentiematrix heb ik overigens niet gebruikt. In plaats daarvan heb ik ervoor gekozen om alle antwoorden op te schrijven, te visualiseren en verwerken in een mindmap. Deze hangt vanaf volgende week in de klas en kan tijdens de werkles ‘gelezen’, besproken en wellicht aangevuld worden. Een foto van deze mindmap zal binnenkort op mijn website http://www.mindmappenmetkleuters.nl gepubliceerd worden. Naast het bevorderen van creatief denken, is deze les ook zeker waardevol voor de taalontwikkeling, in het bijzonder de woordenschatontwikkeling. David, bedankt voor dit super creatieve idee en Anouk, jij bedankt voor een concrete lesuitwerking!

    Groet,
    Rianne

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s