Uitdozig Denken

In de afgelopen weekendbijlage kwam de divergentiematrix ter sprake. Een handig ‘tooltje’ om snel buiten de gebaande paden te denken. Van Anouk Wissink (@notjustteach) kreeg ik leuke feedback op de divergentiematrix en het kadootje waarin ik het voor haar – en vele anderen – verstopt had.

De reactie van Anouk vind je onder deze de blogpost “Questions!? I need answers!” De lesideeën die zij gaf om met de divergentiematrix – en het doosje waar het in zat – in de onder- en middenbouw een leuke activiteit te doen, vat ik hier nog eens samen.

Lesidee: Wat zit er in dit doosje? Out-of-the-box met jonge kinderen.

Voor dit lesidee heb je een doosje nodig en een aantal voorwerpjes. De voorwerpjes moet je verborgen houden voor de groep. Verder een of meer divergentie matrixen.

Je kunt de divergentiematrix hier downloaden.

  • Laat een van de kinderen een voorwerpje uitkiezen (de andere kinderen mogen dit NIET zien). Stop het voorwerpje in het doosje.
  • Geef het doosje door in de kring. De kinderen proberen te raden wat er in het doosje zit; waarvan is het gemaakt? welke vorm heeft het? hoe klinkt het als je met het doosje schudt?
  • Nu wordt een van de kinderen geblinddoekt. Hij of zij mag het doosje openmaken en het voorwerpje pakken, er aan voelen en raden wat het is.
  • Leg het voorwerpje nu in het midden van de divergentiematrix. Als je in een kring werkt is het misschien handig om een grote matrix (het is eigenlijk niet meer dan twee gekruiste lijnen) op de grond te tekenen of te leggen. Of gebruik het bord.
  • Bij ieder kwadrant van de matrix hoort een vraag.
    Vraag 1 = Waar denk je aan als je dit ziet? (Associëren)
    Banaan -> Aap, palmboom, fruitschaal, komkommer.
  • Vraag 2 = Wat kan dit nog meer zijn? (Waarnemen)
    Bekijk het voorwerp van alle kanten. Kinderen kijken bijv. allemaal door een ‘kadertje’ (zoals bij een fototoestel) en bekijken het voorwerp daardoor.
    Banaan -> Neuspeuterding, rugkrabber, bootje.
  • Vraag 3 = Zie je dingen in de klas die erop lijken? (Analogieën zien)
    Zoek overeenkomsten op bijv. kleur, grootte, vorm)
    Banaan -> De gele jas van de juf,  tulp (gepelde banaan), boomerang, appel.
  • Vraag 4 = Waar kan dit in veranderen? (Verbeelden)
    Kun je er iets anders van maken? Wat zou je kunnen veranderen aan dit voorwerp?; toevoegen, weglaten. Bedenk een eigen naam voor het nieuwe ding.

Spelenderwijs oefenen de kinderen de vier creatieve vaardigheden associëren, waarnemen, analogieën zien en verbeelden.

Gebruik de picto’s in dit lesidee om de vragen visueel te ondersteunen voor de jonge leerlingen.

Je kunt de picto’s hier downloaden.

Koppelingen met creatieve vaardigheden, associëren, analogieën zien, creatief waarnemen, verbeelden

Advertisements

Over davidvdkooij

Passie voor Creatief Denken en Onderwijs.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s