Motivatie – Redux

Ik heb het al eerder over motivatie gehad. Voor mij staat dit als een paal boven water: motivatie is de kern van succesvol leren. En motivatie en creativiteit bekrachtigen elkaar. In het licht van deze stellige uitspraken wil ik jullie uitdagen om een menig te vormen –  onderbouwd of niet door praktijkervaringen – over het volgende.

Ik heb het boekje ‘Growing up Creative’ van – daar is ze weer! – Theresa Amabile er eens bij gepakt. Daar staat een mooi stuk in onder de titel ‘How to destroy children’s creativity’. Ze noemt een aantal manieren om creativiteit ‘om zeep te helpen’, die zij geformuleerd heeft na onderzoek met jonge kinderen. Ik laat ze kort de revue passeren. Iets om bij stil te staan in de klas.

Beoordeling
Geef kinderen achter elkaar twee ‘creatieve opdrachten’, een tekening maken en daarna een collage plakken bijvoorbeeld. Geef de helft van de kinderen een beoordeling op hun tekening voordat ze aan de collage mogen beginnen, de andere helft niet. De collages van de kinderen waarvan eerder de tekening werd beoordeeld werd door een groep kunstenaars en teken- en handvaardigheidsdocenten als minder creatief beoordeeld. Het maakte niet uit of de eerdere beoordeling positief of negatief was.

Beloning
Beloning werkt. Bij taken die volgens een vast algoritme kunnen worden uitgevoerd, een staartdeling maken bijvoorbeeld. Zodra er echter gevraagd wordt om creatief aan de slag te gaan – een probleem oplossen waarvoor nog geen recept is aangereikt of een vrije opdracht – werkt de in het vooruitzicht gestelde beloning averechts. Leerlingen die een beloning in het vooruitzicht gesteld krijgen presteren minder goed bij het oplossen van puzzels/raadsels dan leerlingen die geen beloning verwachtten.

Competitie
Dit is beoordeling en beloning in één. Je wordt vergeleken met anderen en de winnaar kan een beloning tegemoet zien. Amabile deed een mooi experiment. Met een groep kinderen maakte ze collages. Vooraf kregen de kinderen te horen dat de drie mooiste collages een prijs zouden krijgen; een mooie puzzel. Vervolgens deed ze met een andere groep kinderen hetzelfde maar zei van te voren dat er na afloop drie kadootjes verloot zouden worden. De resultaten van de laatste groep (geen prijs maar loting) werden als creatiever beoordeeld.

Als vierde noemt Amabile “Keuzebeperking”. Wanneer een leerling niet zelf kan kiezen wanneer het wat wil leren, maar langs een zeer strak schema moet werken, krijgt de intrinsieke motivatie een behoorlijk deuk.

Bovenstaande observaties heeft Amabile gedaan bij het vele onderzoek dat zij heeft verricht op het gebied van de wisselwerking tussen creatieve prestaties en omgevingsfactoren. Eerder kreeg ik de tip van lezeres Anouk Wissink om over de onderzoeken van Carol Dweck te lezen m.b.t. resultaat en leergericht werken. Veel van het gedachtegoed van Dweck en Amabile herken ik terug bij o.m. opbrengst gericht onderwijs.

Veel mensen reageren op deze onderzoeksresultaten met: “Beloning, competitie, vast programma enzo, tja, zo zit de wereld in elkaar!” En jij, hoe reageer jij erop?

Lees ook eerdere blogposts Ode aan de kennis (1) en (2)

Advertisements

Over davidvdkooij

Passie voor Creatief Denken en Onderwijs.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Motivatie – Redux

  1. Anouk Wissink zegt:

    Dag David,
    Graag sluit ik weer aan bij deze ‘Vindingrijk’ om na (door) te denken over deze materie….En weer ga ik uit van de situatie in de praktijk, zoals ik deze ervaar als leerkracht in het basisonderwijs:
    Mijn ervaring zegt dat lessen waar een creatieve representatie wordt verwacht, nauwelijks of niet worden besproken of nabesproken met de kinderen! Het lijkt mij dat dit juist een voorwaarde is om zinvol te kunnen beoordelen!
    In de onderwijspraktijk schiet het nabespreken en beoordelen van beeldend werk er nogal eens bij in. Ook de presentatie van beeldend werk krijgt doorgaans niet de aandacht die het verdient. Veel leerkrachten schrijven wel rapportages en moeten een beoordeling (waardeoordeel) geven op het gebied van beeldende vorming. Ik ervaar, in mijn team, dat zij dat lastig vinden – er is immers geen ‘toets’ waar een cijfertje uitrolt….zij hebben het gevoel dat ze maar wat uit ‘hun duim moeten zuigen’, zijn onzeker hierover. Zeer individuele en subjectieve beoordelingen, weinig nuanceringen zijn hiervan het gevolg. Ook al is er een methode op school die houvast kan geven in deze beoordeling……
    In het boek ‘Laat maar zien, Een didactische handleiding voor beeldend onderwijs’ van Jos van Onna en Anky Jacobse, staat beschreven wat de bedoeling van een nabespreking zou kunnen zijn:
    – genuanceerd kijken;
    – kunnen beschrijven en analyseren;
    – relaties leggen tussen wat er te zien is en het effect daarvan;
    – een mening kunnen geven en beargumenteren;
    – respect kunnen opbrengen voor de ziens- en werkwijze van een ander;
    – nieuwe kennis en inzichten opdoen voor volgende werkprocessen.
    De leerkracht selecteert en stuurt het nabeschouwen met vragen en opdrachten. (Kan ook met een kijkwijzer…..) De leerkacht stelt vragen die de leerlingen actief bij het bekijken van de (geselecteerde) werkstukken betrekken. Daarin geven de verschillen en overeenkomsten tussen werkstukken een goed houvast. Let op! Deze manier van beschouwen vraagt niet om een uitspraak over beter of minder goed, maar legt de nadruk op dat wat de werkstukken ons te zeggen hebben, de zeggingskracht!
    Bij de nabeschouwing krijgen de kinderen een rijk beeld van mogelijkheden die zich voordeden tijdens het vormgeven. Genuanceerd leren kijken is een belangrijk uitgangspunt bij de nabeschouwing – tevens de voorwaarde om zinvol te kunnen beoordelen. Bij een beoordeling moet de leerling vooral een duidelijk beeld krijgen wat beter en minder goed gelukt is. Uitspraken over de kwaliteit van beeldend werk kunnen ondermeer betrekking hebben op de product- en procesaspecten, maar ook op gedragsaspecten (attitude) die typerend zijn voor beeldende activiteiten. (werkhouding, zelfstandigheid, doorzettingsvermogen…)
    Het is echter de vraag of de leerkracht tijdens de lessen de leerlingen voldoende duidelijk kan maken wat hij/zij bedoelt en die aspecten ook in zijn activiteiten goed weet te plaatsen. De functie van een beoordeling is uiteindelijk dat een leerling feedback krijgt op zijn handelen tijdens de beeldende activiteiten.
    Genoeg interessant, lijkt mij, om deze aspecten te bespreken in je eigen onderwijssetting. Maak gebruik van elkaars referentiekaders om meer (objectief) houvast te krijgen bij de beoordeling van beeldend werk. Die maatstaf moet niet alleen duidelijk zijn voor de leerkracht maar ook voor de leerlingen!

    (Sorry, beetje lange reactie………er komen steeds meer ideeën bij….ben niet volledig misschien….)

    Groet,
    Anouk Wissink

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s