Juweel van het onderwijs – CBE (pilot)

De scholen van Midden-Nederland zijn al weer begonnen. En ook al hebben ‘wij’ nog bijna 3 weken te gaan, vind ik het reden genoeg om Vindingrijk weer uit een welverdiende zomerrust te halen. En dat betekent dat er weer regelmatig lesideeën m.b.t. creatief denken geplaatst zullen worden. Ik trap af met een reeks lesideeën rond nieuwsgierigheid.

Ik heb deze vakantie veel nagedacht over nieuwsgierigheid, waarnemen en onderzoeken. Daarbij ben ik geïnspireerd door ‘How to be an explorer of the world’ van Keri Smith. Een boek met 59 ontdekkingstechnieken voor jong en oud.
Een leerkracht met lef koopt dit boek en werkt er het hele jaar rond mee, om van de kinderen in de klas wereld-ontdekkers te maken.

Keri heeft mij geïnspireerd en vanuit die inspiratie ga ik de komende tijd weer combinaties maken tussen wat we leren op school – en daarbuiten – en hoe we daarbij nieuwsgierigheid ten volle kunnen benutten. Vandaag een opwarmer.

Lesidee: Vragenstellen bij banaliteiten

Nieuwsgierigheid is hét instrument waarmee al het effectieve leren begint. Nieuwsgierigheid is eigenlijk een ander woord voor motivatie. Daarom moet je als leerkracht de nieuwsgierigheid van kinderen koesteren; ‘nieuwsgierigheid is het juweel van het onderwijs’ (quote mij gerust!).

Nieuwsgierigheid kun je ontwikkelen en richting geven met vragen stellen; hoe en waarom? Daarom gaan we vandaag vragen stellen. Vragen over alledaagse, banale zaken.
Neem een alledaags voorwerp, dat zo vertrouwd is, dat je er niet bij stil staat dat het bestaat. Een beetje kromme zin, maar het geeft goed weer wat ik bedoel; een vork bijvoorbeeld. Ga nu samen met de kinderen vragen stellen over de vork. Schrijf ze op  het bord. Inspiratie:

  1. Waar is het van gemaakt?
  2. Waar wordt het voor gebruikt?
  3. Wie heeft het uitgevonden?
  4. Wanneer werd het voor het eerst gebruikt?
  5. Wat gebruikten de mensen voordat dit was uitgevonden?
  6. Waarom wordt het gebruikt (i.t.t. Waarvoor wordt het gebruikt?)
  7. Waarvoor kun je het nog meer gebruiken?
  8. Welke kleur heeft het?

Schrijf eventueel een aantal ‘vraag-zaadjes’ op het bord: wie, wat, waar, waarom, waarmee, waarvoor, hoe, hoeveel, hoelang, etc.

Direct na deze gezamenlijke activiteit gaan de kinderen individueel oefenen. Presenteer een ander alledaags voorwerp, bijvoorbeeld een jampot, maar een Boeing 747-400 is ook alledaags. Laat de kinderen op hierbij ook weer zoveel mogelijk vragen verzinnen, minimaal 10. Na afloop worden alle resultaten aan de muur gehangen. Dan kijken de kinderen bij elkaar. Geef ieder kind een stickertje en vraag om die te plakken bij de leukste vraag (niet bij je eigen vragen plakken!)

Variatie / vervolgopdracht.
Laat de kinderen – individueel of in tweetallen – verzinnen wat het meest alledaagse voorwerp is. Een klus op zich. Laat daar weer een vragenvuur op los.

NB: Geen antwoorden a.u.b! Deze opdracht gaat niet om de antwoorden maar uitsluitend over vragen stellen. De kinderen komen, indien ze nieuwsgierig genoeg zijn vanzelf met antwoorden.

Met dank aan Anouk Wissink en Keri Smith

Advertenties

Over davidvdkooij

Passie voor Creatief Denken en Onderwijs.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s